Sociaal statuut

Ook rond het sociaal statuut van Arts-Specialisten in Opleiding (ASO) en Huisartsen in Opleiding (HAIO) wordt door het Vlaams Geneeskundig StudentenOverleg (VGSO) hard gewerkt.

Huisartsen en arts-specialisten in opleiding vallen momenteel onder het zogenaamde Sui Generis-statuut. Hoewel de arts in opleiding steeds onder contract van een werkgever valt, valt dit statuut niet te vergelijken met dat van de doorsnee werknemer. Het statuut voorziet (minimale) sociale zekerheid met betrekking tot arbeidsongeschiktheid, geneeskundige verzorging, kinderbijslag en arbeidsongevallen. Artsen in opleiding hebben geen recht op opbouw van pensioenrechten, werkloosheidsuitkering, vakantiegeld en dertiende maand, dit in tegenstelling tot de doorsnee werknemer. Dit gebrek aan sociale rechten kan leiden tot onmenselijke omstandigheden die in de huidige maatschappelijke context geen plaats lijken te hebben. Met name het ontbreken van de opbouw van pensioenrechten is bijzonder problematisch vanwege het lange opleidingstraject tot erkend huisarts of arts-specialist.

Het VGSO pleit dan ook tot een opwaardering van dit sociaal statuut. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de financiƫle draagkracht van de stagemeesters die de arts in opleiding in dienst nemen. Een opgewaardeerd sociaal statuut mag zeker niet betekenen dat het nettoloon van de arts in opleiding een flinke reductie krijgt.

Dit kadert zich geheel conform de situatie in diverse buurlanden. We denken bijvoorbeeld aan Nederland waar recent een collectieve arbeidsovereenkomst is afgesloten. Ook in andere buurlanden genieten artsen in opleiding van een volwaardig statuut met sociale bescherming die ook in de andere sectoren geldt. We willen nogmaals benadrukken dat een opwaardering van het sociaal statuut niet mag leiden tot een vermindering van het nettoloon van de arts in opleiding of een substantiƫle verhoging van de werkdruk.

Het VGSO werkt daarom nauw samen met de vereniging van assistenten in opleiding (VASO) omtrent dit dossier.